Boeren in Bolivia

Door Leontien Aarnoudse
“Na vijf uur hobbelen over onverharde wegen, stofhappen en rivieren doorkruisen, kom ik aan het dorp Calazaya in Bolivia. Deze verzameling lemen hutjes op ruim 4000 meter hoogte zal mijn voorlopige thuis worden. De bewoners kijken me raadselachtig aan als deze “gringa” vraagt naar het toilet. Nee, een toilet blijkt er niet te zijn. Je uitwerpselen kun je langs de rivier deponeren. Voor warm water moet je een taaie klim van ruim anderhalf uur maken. Licht en elektriciteit is niet beschikbaar in het dorp. Met een droge wind die schuurt in mijn gezicht en het uitgestrekte, dorre landschap voor me, vraag ik me af: hoe kunnen deze monden zich al decennialang voeden dankzij hun eigen teelt? Ik word wakker geschud door de geur van de heerlijke soep die doña Celedonia aan me aanbiedt, een bordje troost. De krachtige bouillon met de verse groenten geven me de moed terug die me even in de schoenen was gezonken.”  Uit het dagboek van Leontien, die in Bolivia heeft gewoond en gewerkt voor de FAO. Ze komt hier voor het eerst aan in het dorp waar ze zes maanden zou verblijven. 

Zaaien

Ondanks de beperkte basisvoorzieningen en de geïsoleerde locatie, wordt duidelijk hoe slim deze mensen moeten zijn in het verbouwen van gewassen op deze droge hoogte. Iedereen is boer in Calazaya, iedereen heeft wel een lapje land. Hoe kan het ook anders? Ze zorgen goed voor Pachamama (moeder Aarde) en gebruiken liever geen chemicaliën of bodemuitputtende landbouwmethoden. Ze verbouwen aardappels, wortels, uien en alfalfa dat gebruikt wordt als voer voor het vee. En zelfs appels! Het is verbazingwekkend wat voor slimme irrigatiesystemen ze kunnen aanleggen. Aangezien de mannen geregeld de hort op zijn om te werken in mijnen in de omringende landen, onderhouden de vrouwen naast het huishouden en de zorg voor de kinderen, vaak ook het land.

De gewassen zijn voor eigen gebruik, maar als het mee zit kunnen ze ook nog wat op de markt verkopen. Toch blijft het allemaal erg kleinschalig. Velen komen niet verder dan de dichtbij gelegen stad. Internationale handel is geen optie voor de keuterboeren Calazaya, omdat ze niet eerlijk kunnen concurreren met grote bedrijven.

Ploegen

Om kleine boeren in het algemeen een eerlijke kans te geven, besloot het fairtrade initiatief Max Havelaar een stokje te steken voor de oneerlijke concurrentie. Kleine boeren en initiatieven in ontwikkelingslanden die voldoen aan eerlijke handelsvoorwaarden verdienen een eerlijke kans op inkomsten en worden geholpen in hun weg naar de exportmarkt. Steeds meer supermarkten en winkels mee aan fairtrade initiatieven. Er verschijnen ook steeds meer fairtrade keurmerken op de markt. Dus wie weet, misschien tref ik ooit nog eens producten uit het afgelegen Calazaya in de supermarkt (alhoewel ik misschien liever wortels en aardappels van lokale bodem eet).

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized met de tags , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>